Resultaten
Sinds de start in 2007 is veel bereikt en in gang gezet. Een greep, van A
tot Z, van Afval tot Zon.
0
Rotterdam verwarmt als eerste gemeente in Nederland op grote schaal gebouwen en woningen met industriële restwarmte. De contracten zijn getekend, het project is gestart. In 2020 benutten 50.000 gebouwen en huizen in Rotterdam de warmte die vrijkomt uit de afvalverbrandingcentrale in Rozenburg. Eén verbrande vuilniszak is straks goed voor zeker vijf douchebeurten. De jaarlijkse
CO2-reductie bedraagt zo’n 80 kiloton.
Eind 2008 adviseerde de International Advisory Board om water en klimaatadaptatie toe te voegen aan het RCI. En dat advies is overgenomen. Rotterdam wordt 100% klimaatbestendig door zich voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering, zoals een stijgende waterspiegel en meer extremen in het weer. Hiermee is het klimaatdossier van Rotterdam compleet. Het is uniek in de wereld dat de twee belangrijkste klimaatissues,
CO2-reductie en voorbereiding op de gevolgen van klimaatverandering, samen worden opgepakt. Voor dit adaptatieonderdeel is binnen het RCI het programma Rotterdam Climate Proof (RCP) opgezet.
RCI heeft het
kip-en-eiprobleem van de biobrandstof doorbroken: pomphouders willen pas een pomp openen als ze weten dat er klanten zijn, die op hun beurt pas op biobrandstof overgaan als ze weten dat ze kunnen tanken. Door nauwe samenwerking met vervoerders, leveranciers, autodealers en pomphouders kreeg RCI diverse projecten van de grond. In de Rotterdamse regio kan nu aan beide kanten van de Maas duurzame biodiesel uit restvetten getankt worden. Enkele tientallen vrachtauto’s rijden al op deze brandstof. Daarnaast is er bij Rotterdam Airport een aardgasstation, waar de Rotterdamse Taxicentrale met nieuwe taxi’s kan tanken. Er zijn inmiddels 3000 flexifuel auto’s in de regio, van de Roteb, Havenbedrijf, DCMR, leasemaatschappijen, het college van B en W en particulieren. Op verschillende plekken in Rotterdam kunnen deze auto’s al bio-ethanol tanken. Dit leidt tot schoner vervoer.
De Blauwe verbinding zorgt voor verbinding van watergangen in Rotterdam Zuid, binnen en buiten de ring van Rotterdam. Het Zuiderpark wordt verbonden met de Oude Maas. Hierdoor verbetert de Rotterdamse waterkwaliteit. En het heeft recreatieve waarde, zo worden bijvoorbeeld kanotochten door dit gebied mogelijk. Het Waterschap ontving vanuit de innovatieregeling Mooi Nederland een subsidie van € 630.000 voor de verdere realisatie. Het is een initiatief van
Rotterdam Climate Proof en het Waterschap Hollandse Delta.
Bedrijven, de Nederlandse en de Europese overheid hebben Rotterdam gekozen voor grootschalige afvang, transport en opslag of hergebruik van CO
2. Negen grote industriële partijen onderzoeken samen met het RCI de haalbaarheid om CO
2 af te vangen en opslag te realiseren. Belangrijke mijlpaal is de aangekondigde investering van enkele honderden miljoenen in het CCS-project van de energiebedrijven E.ON Benelux en Electrabel. Hiermee wordt vanaf 2015 een CO
2-uitstoot van rond 1 megaton per jaar vermeden, door opslag onder zee. De bundeling van krachten onder de RCI-vlag vergroot de lobbykracht.
Het eerste tussentijdse meetmoment van het RCI op weg naar 2025 is het jaar 2010. In dit jaar zou de uitstoot onder die van het jaar 2005 moeten komen. Naar verwachting wordt dat gehaald en is de reductie 0,7 megaton. Dat is vergelijkbaar met de uitstoot van 500.000 huishoudens. Dat komt grotendeels door
energie efficiency in het bedrijfsleven en het meestoken van biomassa bij energiecentrales. Ook de inzet van
biobrandstoffen begint vruchten af te werpen. Er wordt al 0,4 miljoen ton CO2 afgevangen bij Shell Pernis en getransporteerd naar de glastuinbouw, om de groei van de planten te stimuleren.
Connecting Delta Cities, een Rotterdams initiatief uit 2009, is een netwerk waarin grote deltasteden wereldwijd samenwerken om zich voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Door samenwerking hoeft niet elke stad het wiel opnieuw uit te vinden, maar wordt kennis vertaald naar de eigen lokale situatie. Het netwerk bestaat inmiddels uit Rotterdam, New York, Jakarta, Londen, New Orleans, Hong Kong, Tokyo en Ho Chi Minh Stad. Er is veel belangstelling uit andere steden om aan te sluiten.
RCI-partner Deltalinqs ondersteunt met het Deltalinqs Energy Forum (DEF) bedrijven bij hun inspanningen om energie efficiënter te werken. Dit vanuit de overtuiging dat economische ontwikkeling te combineren is met leefbaarheid van de omgeving en duurzaamheid. DEF organiseert voor ondernemers workshops over de nieuwste technologieën voor productefficiency en een lagere ‘CO
2-footprint’. Zoals mogelijkheden voor restwarmte, gecombineerde energievoorzieningen of nieuwe vindingen in scheidingstechnologie. Er is ook veel belangstelling voor energie uit
zon en
wind en voor besparende
ledverlichting. Daarnaast sluit DEF overeenkomsten met bedrijven voor energiescans en onderzoeken om kansen voor
energiebesparing in bedrijven op te sporen. Zoals voor isolatie, koelsystemen, procesregelingen en nieuwe procestechnologieën.
De DCMR is partner van het RCI. Zij kennen de bedrijven en helpen hen om energie te besparen. Bij vijf ondernemers op de Nieuwe Binnenweg zijn energiescans uitgevoerd. Deze bieden winkeliers realistische en nuttige besparingsadviezen. Als het project op de Nieuwe Binnenweg slaagt, gaat DCMR ook aan de slag bij andere winkelgebieden, zoals de Boulevard Zuid. DCMR-toezichthouders geven ook voorlichting aan zorginstellingen en ziekenhuizen. DCMR becijferde dat zorginstellingen 20% kunnen besparen op hun energierekening.
De gemeente stimuleert elektrisch vervoer met het programma ‘Stroomstoot’. Binnen vijf jaar rijden er minstens 1000 elektrische voertuigen in Rotterdam. Dat is nú al te merken in de stad. Er rijden elektrische veegmachines en scooters van de Roteb, elektrische busjes en shuttles bij Kralingse Zoom en op de Wilhelminapier, hybride stadsbussen bij de RET, Segways bij politie en Stadstoezicht en een elektrische deelauto bij de Hogeschool Rotterdam. In de binnenstad en op de Wilhelminapier zijn al oplaadpalen geplaatst. In vier openbare fietsenstallingen zijn oplaadpunten voor elektrische fietsen en scooters. Dat aantal breidt in 2010 uit naar twaalf.
Met minder energie en grondstoffen een goed product maken. Energie efficiency levert winst voor milieu én economie. De Rotterdamse industrie – een speler op wereldschaal – heeft dat hoog op de agenda staan. Zo heeft Air Liquide met de PerGen-centrale een flinke stap vooruit gezet voor luchtkwaliteit en CO
2-reductie. Exxon Mobil halveert het energieverbruik met een nieuwe proceskolom in dat deel van het proces, Tronox zag kans het energieverbruik flink te verminderen door het
DEF-project Loop Control. Met steun van RCI loopt een aantal onderzoeken en demonstratieprojecten van nieuwe technologie die kunnen leiden tot verhoging van de energie efficiency.
Maatregelen om CO
2-uitstoot te verminderen kunnen ook leiden tot een betere luchtkwaliteit. Energie besparen en duurzame energie leiden tot minder fijnstof in de lucht. Er worden immers minder fossiele brandstoffen verbrand. Ook
groene daken en
gevels zijn goed voor de luchtkwaliteit, omdat de plantjes fijnstof en CO
2 opnemen.
Elektrisch vervoer leidt direct tot minder fijnstof in de stad. Wanneer gebruik wordt gemaakt van groene stroom, is elektrisch vervoer sowieso goed voor het milieu. Juist om het effect van
CO2-reductie én luchtkwaliteit uit te buiten, werkt het RCI waar mogelijk samen met de luchtkwaliteitprogramma’s van de stad en de regio Rotterdam.
In Rotterdam is 30.000 m
2 aan groene daken ontwikkeld. Dat is vergelijkbaar met zo’n zes voetbalvelden. Daar komt het Erasmus MC nog bij met 12.500 m
2 . Groene daken helpen om overtollig regenwater vast te houden en nemen
fijnstof en CO
2 op. Wie een groen dak aanschaft, profiteert van lagere energiekosten (door de isolerende werking), waardevermeerdering van het huis (tot circa 5%) en meer comfort. Een groen dak is in de zomer koeler en dempt de geluiden binnenshuis. Bovendien gaat het dak langer mee. De gemeente Rotterdam draagt vanuit Rotterdam Climate Proof, samen met de Waterschappen, bij aan de kosten.
Al dit jaar is de grootste groene gevel van Europa klaar: aan de parkeergarage Westblaak wordt in totaal 5.000 m
2 groene gevel aangelegd. Groene gevels zorgen voor reductie van
fijnstof, stikstof en omgevingslawaai én ze dragen bij aan een groene en aantrekkelijke leefomgeving, doordat ze voorkomen dat het in de zomer in de stad te warm wordt. Dit scheelt ook energiegebruik door airco’s.
Met woningcorporaties, bouwers, ontwikkelaars en vastgoedbeleggers maakte RCI afspraken om te komen tot flinke
CO2-reductie. Met de woningcorporaties zet RCI in op 3% energie efficiency per jaar. Ook renovatie kan duurzaam zijn. Dat blijkt in de ‘passieve huizen’ in de Rotterdamse Sleephellingstraat op het Noordereiland (Woonstad Rotterdam). Daar blijft het energiegebruik dalen door een uitgekiend isolatiesysteem: tot vijf keer lager dan in recente nieuwbouwwoningen. Een ander opvallend voorbeeld is het monumentale Central Post (voormalig postverdeelcentrum), het grootste duurzame gebouw van Nederland. Door de aantrekkelijke en gezonde werkomgeving is het al grotendeels verhuurd. En de gemeente heeft de ambitie om het nieuwe Stadskantoor het meest duurzame gebouw van Nederland te maken.
Het RCI heeft Rotterdam als klimaatstad wereldwijd op de kaart gezet. De belangstelling van binnen- en buitenlandse delegaties om Rotterdam te bezoeken is groot. RCI participeert in de C40 Cities, Climate Leadership Group, een wereldwijde alliantie van grote steden die samenwerken op het gebied van klimaat. Daarbij wordt nauw samengewerkt met het Clinton Climate Initiative, een initiatief van de voormalige Amerikaanse president Bill Clinton.
Bij klimaatproblemen speelt vaak het probleem dat verschillende betrokkenen op elkaar wachten om de eerste stappen te zetten. Bijvoorbeeld bij de inzet van
biobrandstoffen: pomphouders openen pas een pomp als ze weten dat er klanten zijn, die op hun beurt pas op biobrandstof overgaan als ze weten dat ze kunnen tanken. RCI doorbreekt die impasse door een platform te bieden waarop partijen met verschillende belangen worden samengebracht.
In 2007 had Rotterdam een primeur: de Stadhuisstraat was de eerste straat van Nederland met ‘high powered’ ledlampen in de lantaarns. Later werd ook de kerstboom voor het Stadhuis verlicht door ledverlichting. In 2009 werd het vervangen van verkeerslichten door ledlampen versneld gestart. Eind 2010 zijn alle 12.000 lampen vervangen door led. Dan heeft de gemeente óók alle oranje of gele openbare verlichting vervangen door duurzamer wit licht met dimmogelijkheid. Dit leidt tot een besparing die vergelijkbaar is met het jaarlijkse energieverbruik van 600 gemiddelde huishoudens. Tegelijkertijd geeft het werk een impuls aan de economie.
RCI is inmiddels een merk geworden dat staat voor klimaataanpak en samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven. Bedrijven, organisaties en particulieren willen zich graag associëren met het eikenblaadje en de naam Rotterdam Climate Initiative. Het beeldmerk gebruiken we als label om samen met anderen tecommuniceren over wat er in Rotterdam op klimaatgebied gebeurt. Op die manier maken we resultaten zichtbaar en laten we zien wie die resultaten tot stand brengt. Het RCI is ook de verbindende schakel in netwerken, zoals de Rotterdam Pioneers.
RCI heeft een breed netwerk opgebouwd, door partijen bij elkaar te brengen en een platform te vormen. Vanaf de start werken overheid en bedrijfsleven samen: gemeente Rotterdam, DCMR Milieudienst Rijnmond, Havenbedrijf Rotterdam en Deltalinqs. En via deze partners is er weer contact met een veelheid aan anderen: bedrijven, kennisinstellingen, overheden en bewoners.
Er is intensieve samenwerking met o.a. Erasmus Universiteit, TU Delft en Hogeschool Rotterdam. Aan de Hogeschool zijn inmiddels de lectoraten Energietransitie, Groene Grondstoffen en Watermanagement ingesteld. In 2008 is aan de Erasmus Universiteit een leerstoel voor professor Braungart geïnstalleerd. Hij doceert voor een periode van vijf jaar over het ‘cradle-to-cradle’-concept. Hiermee wordt de kennis die in Rotterdam nodig is, ook hier ontwikkeld én onderwezen. De onderwijsinstellingen werken aan duurzaamheid als thema in het onderwijs én maken hun eigen bedrijfsvoering duurzamer.
Eind vorig jaar werd Plant One gelanceerd door minister van Economische Zaken Maria van der Hoeven. Zij bracht een cheque van 2 miljoen euro mee, namens haar ministerie, de provincie Zuid-Holland en het RCI. Plant One is de tussenstap tussen laboratorium en grootschalige chemische productie. In een bestaande fabriekshal kunnen demonstratie- of pilot-opstellingen op grotere schaal dan in het lab, en onder de koepelvergunning van Plant One, aantonen dat duurzame innovaties in de chemie, daadwerkelijk mogelijk zijn.
Rotterdamse klimaatprojecten vallen regelmatig in de prijzen. Enkele voorbeelden: In 2007 won de Elektrische TukTuk van de TukTuk-Company de TNO Innovation Award. Het idee ontstond, nadat de gemeente Rotterdam energiezuinigheid als voorwaarde voor een vergunning had gesteld. De RCI-TukTuk is inmiddels een rijdend promotiemiddel voor de klimaataanpak. In 2008 wees de voormalige Amerikaanse president Clinton Rotterdam aan als een van de drie CCS-hoofdsteden van de wereld, met de toezegging te helpen om de nieuwe technologie van de grond te krijgen. In 2009 sleepte de EnergyBattle de GasTerra Transitieprijs van € 75.000 in de wacht. De online wedstrijd tussen studentenhuizen werd met het geld nog verder uitgewerkt.
“Bij het zoeken naar oplossingen voor de gevolgen van klimaatverandering draait het in eerste instantie niet om regelgeving. De wil om er iets aan te doen is essentieel. In het klein, door b.v.
spaarlampen te gebruiken, en in het groot, o.a. door CO
2 van energiecentrales af te vangen, op te slaan en nuttig te gebruiken. Als bedrijven en burgers het nut en de noodzaak inzien van
CO2-reductie, dan is dat mijns inziens belangrijker dan regelgeving op welk niveau dan ook.” Toenmalig burgemeester en een van de oprichters van het RCI, Ivo Opstelten (2008).
De gemeente Rotterdam, DSA en JA architecten en de TU Delft ontwikkelden een methode om nieuwe en bestaande gebouwen, wijken en gebieden CO
2-neutraal te maken. Kern van de methode is het benutten van afvalstromen van energie. Op veel plaatsen zoals zwembaden is behoefte aan warmte, terwijl op andere plaatsen juist veel warmte verloren gaat (zoals een ijsbaan of supermarkten). Vraag en aanbod worden met deze aanpak binnen een gebied aan elkaar verbonden. De methode is overal toe te passen en toegepast in ‘Hart van Zuid’. Nu wordt het in praktijk gebracht in het Stadionpark en Stadshavens, om zoveel mogelijk energie te besparen.
De spaarlampenactie was in 2007 het startsein van het RCI. Het gaf daarmee bekendheid aan het voornemen de CO
2-uitstoot te halveren. Zo’n 300.000 Rotterdamse huishoudens kregen een pakket met twee spaarlampen. Met de slogan ‘iedereen praat over het klimaat, Rotterdam doet er wat aan’ zette RCI Rotterdammers aan tot klimaatbewustzijn. Uit onderzoek bleek dat een half jaar later zo’n 80% van hen de spaarlampen ook werkelijk had ingedraaid of van plan was om dat te gaan doen.
Rotterdam heeft zich de afgelopen jaren
(inter)nationaal geprofileerd als klimaatstad. Met het thema New Energy haalde Rotterdam voor het eerst in de geschiedenis de start van de Tour de France naar Nederland. Al bij de presentatie van de Tour was er internationale aandacht. Zoals in de Volkskrant van 15 oktober 2009 werd gezegd: “Het door Rotterdam omarmde thema New Energy deed de rest. De combinatie van het reduceren van CO
2, de deelname aan Bill Clintons klimaatinitiatief voor grote steden en het stimuleren van meer en beter bewegen door de Rotterdammers, sluit naadloos aan bij de koers die de Tour onder directeur Prudhomme is gaan varen.”
We zien nu al dat bedrijven en instellingen zich in Rotterdam vestigen, omdat hier veel gebeurt en gaat gebeuren op het gebied van klimaat, water en energie. Bedrijven en instellingen waarvoor duurzaamheid een belangrijke (economische) factor is, zien voordelen in Rotterdam. Denk aan bedrijven als Dura Vermeer, KEMA, FiberCore (duurzame bruggen), Ledned (ledverlichting), Donqi (windmolens) en Qurrent (verdeelsystemen voor duurzame energie). Ook voor industriële bedrijven spelen de klimaatambities van Rotterdam een belangrijke rol. Zo koos Air Products voor Rotterdam als vestigingsplaats van een nieuwe waterstoffabriek, omdat hier straks een oplossing is voor het CO
2-probleem. Daarnaast groeit de bedrijvigheid op het gebied van
biobrandstoffen snel.
Een platform waarbinnen 55 havens wereldwijd werken aan
CO2-reductie in havens en aanpakken voor
adaptatie. Het Havenbedrijf Rotterdam stond in het kader van het RCI in 2007 aan de wieg van dit initiatief. Onder leiding van de International Association of Ports and Harbours wordt gewerkt aan de Environmental Ship Index, het stimuleren van een Haven-CO
2-footprint, het toepassen van walstroom voor de zeevaart en het stimuleren van schoon havenmaterieel.
Op dit moment staat er in het Rotterdamse havengebied ruim 150 megawatt aan windenergievermogen opgesteld. Over tien jaar is dit minimaal verdubbeld tot 300 megawatt. Dat is vergelijkbaar met de elektriciteitbehoefte van ten minste 250.000 huishoudens. Het RCI tekende hiervoor een convenant met initiatiefnemer provincie Zuid-Holland, de ministeries van EZ en VROM, gemeente Rotterdam, Havenbedrijf Rotterdam, de Milieufederatie Zuid-Holland, Deltalinqs, de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA). Rotterdam is de perfecte plek, omdat het een groot industrieterrein is. En omdat het hier vaak flink waait.
De nieuwe sporenkap van de OV-terminal op Rotterdam Centraal wordt voorzien van 70.000 zonnecellen. Hiermee ontstaat de grootste toepassing in Nederland van zonne-energie in een stationsdak. Met meer dan 110.000 dagelijkse bezoekers wordt dit een visitekaartje van de Rotterdamse aanpak van duurzaamheid. Het levert bovendien een
CO2-reductie op het energieverbruik van het station van 8%. Naast de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam draagt ProRail het grootste deel van de kosten. Het project maakt deel uit van de verduurzaming het gehele stationsgebied (Rotterdam Central District). Het RCI heeft hierin een actieve rol.